Verschillende soorten spechten

Spechten zijn echte bouwvakkers. Ze hakken hun nesten uit in boomstammen of dikke takken, liefst van wat zachter hout zoals elzen of berken. Maar als dat niet voorhanden is ook gewoon in eikenbomen. Met speciale spiertjes in hun nek, een soort schokdempers, zijn ze prima toegerust voor dit hakwerk.

Op de foto kun je goed zien waartoe spechten in staat zijn. Dit nest kwam tevoorschijn bij opruimwerkzaamheden na een storm, de els waarin het uitgehakt is was omgewaaid. Het nest is ruim een halve meter diep en heeft meerdere ingangen.

We kennen in Nederland meerdere spechten: de grote bonte specht, de middelste bonte specht, de kleine bonte specht, de groene specht en de zwarte specht. Als dwaalgast zie je heel soms de grijskopspecht. De draaihals is ook een specht maar hakt zelf geen nest uit, hij gebruikt een holte van andere spechten. Het uithakken van nesten gebeurt in de winter.

In het voorjaar wordt er flink “geroffeld”, als je vanaf februari goed luistert kun je dit goed horen. Ze rammen met hun snavel op dode boomtakken, hoog in de bomen. Ze weten dat dode boomtakken het best te gebruiken zijn. Die vormen een soort klankkast waardoor het geroffel verder te horen is. Ze bakenen zo een territorium af en lokken er een partner mee.

Spechten leven van insecten, rupsen, noten en zaden maar eten ook bessen. De groene specht zie je vaak op de grond, hij is verzot op rode mieren. Soms worden er kleine gewervelden zoals jonge zangvogels gegeten. Ze hakken vaak net zolang op vogelhuisjes in tot de ingang groot genoeg is om bij de jonge vogels te kunnen. Ook wordt de ingang van nestkastjes wel eens gewoon “voor de lol” uitgehakt. De drang om te hakken is vooral in de winter erg groot. De bonte, groene en zwarte spechten blijven het hele jaar in Nederland, je kunt ze dus in alle seizoenen tegenkomen.

Af en toe eet een specht een jonge vogel. Hier zie je hoe een specht bezig is geweest om een nestkastje te kraken. Waarschijnlijk heeft hij of zij geprobeerd een jonge koolmees of pimpelmees te verschalken. Geen nood, mezen krijgen soms wel 10 jongen. En ze maken vaak meerdere nesten per jaar.